July 30, 2012

(via marthevroegop)

May 1, 2012
Thijsje

‘Wij gaan hele goede vrienden worden,’ zei een vriend van mij ooit. Het is een zin die hij vaak gebruikt en ook eentje die hij reeds op één van zijn boeken heeft geplakt. En niet zómaar een boek. Nee, het is zijn boek, eentje van hemzelf, die hij geschreven heeft. En dat past. Hij is namelijk ook niet zómaar een vriend, nee, hij is een schrijver. En hele echte.

Ik noem deze vriend altijd Thijs. Of Thijsje, het is me om het even. Ik ontmoette hem een aantal jaren terug, op een luie avond in mijn leunstoel. Ik had net mijn eerste kopje thee ingeschonken toen er opeens een berichtje op mijn laptop-scherm verscheen.

‘Hoi.’

Ik staarde er een beetje vervreemd naar. Deze jongen, met wit overhemd en een giletje, was een van die mensen waar je veel over hoort, maar die je eigenlijk nooit zelf spreekt. Iedereen heeft wel een paar van die mensen. En dat is niet erg. Tót op het moment dat diegene ook daadwerkelijk tegen je gaat praten.

‘Heyhey,’ reageerde ik terug, een beetje knullig vanachter mijn toetsenbord.

De rest van de avond was gemaakt; we zijn urenlang doorgegaan. We hebben gepraat over de meest vreemde dingen, van vrienden tot schrijvers tot verleden en hobby’s en whatnot. En ik vond het zelf erg plezierig. Dus bleven we vrienden, tot op de dag vandaag.

Vreemd genoeg heb ik hem niet echt ontmoet; ik heb hem werkelijk nog nooit in het echt gezien. Hij woont helemaal aan de andere kant van Nederland en is altijd druk op de momenten dat ik het niet druk heb. We praten eigenlijk alleen maar via chatboxen en andere omwegen. Men zou kunnen zeggen dat we slechts kennissen zijn, maar zo zie ik het toch totaal niet.

‘Wij gaan hele goede vrienden worden,’ zei een vriend van mij ooit. Het is een zin die hij vaak gebruikt maar eentje die ik hem nog nooit hem horen zeggen. Maar maakt dat hem minder mijn vriend? Nee. Hij sprak de waarheid. Wij zijn hele goede vrienden geworden. Dat geloof ik heilig.

En dus zeg ik datzelfde ook tegen jou. Tegen jou omdat ik het echt wil en omdat ik jou graag terug wil zien. En vooral tegen jou omdat ik hoop dat ook jij erin zal geloven.

Wij gaan hele goede vrienden worden.

September 6, 2011
Minotaurus

Soms zit ik hier, zonder zorgen, maar met heel veel overpeinzingen. Avonden van twijfels en gedachtegangen die misschien beter met rust gelaten kunnen worden. Maar, dat is niet perse een vreselijk iets. Ik hou van deze momenten, een moment van rust en onstuimig nadenken.


Dit is voor mij een van die avonden. Ik zit hier heerlijk in mijn bureaustoel, met wat swingende deuntjes die door mijn laptopspeakers heen pompen, een kommetje Biogarde met verse stukjes fruit op te peuzelen. En terwijl ik de mango en perziken verpulver met mijn tanden, dwaalt mijn bewustzijn door de krochten van mijn psyche. Ik schuifel door het labyrint, zoals Theseus door Knossos liep, op zoek naar mijn eigen minotaurus.


Ik sla hoeken in, vind nieuwe gangen, maar ook doodlopende. De spinsels vliegen voorbij, in rap tempo, tot ik een beeld vind die me tijdelijk interesseert. Een herinnering van tijden terug, over dagen waar ik zoveel zorgen had, maar nergens aan wilde denken. Een verslagen romance, waaruit ik niets haalde, behalve de iele waarheden die door zo velen al gepredikt word. Of toch weer terug naar de vraagstukken over mijzelf, die ik al te vaak uitgekauwd heb?


Het is allemaal ijdel tijdverdrijf, deze zoektocht naar het beest waarvan ik niet eens weet of ik hem zou kunnen verdelgen. Het is alsof je een sleutelgat zoekt zonder een sleutel te hebben, omdat je hoopt die te kunnen zien liggen als je door het gaatje kijkt.


Maar waar deze gedachteknobbel van stierlijke proporties zich schuilhoudt, kan ik niet plaatsen.


En daarom dool ik lekker door mijn doolhof, zonder zorgen, maar met veel overpeinzingen.

September 1, 2011
Appelregen

Het regent.


Het tokkelt op de daken, het breekt de glazen en ramt de ramen. De ronde vormen verbrijzelen de straten, uit elkaar spattend in een bravade van vruchtvlees.


Het regent.


Maar geen druppels. Appels, en dan vooral Elstars. Van die lekkere, rood en sappig.


Dat is alleen niet alles.


Onder de hemel dansen mannen met bolhoeden door deze stortvloed van gezondheid, een voor een neervallend als een stuk fruit ze een schedelfractuur oplevert. Ze swingen zij aan zij met de huisvrouwen van weleer, gekleed in ruit met bijpassend schort en van die zwierende zomerjurken.


In het midden, sta ik. Mijn paraplu zit allang vol appelgaten, en ik heb geen idee waarom ik hem nog bij me draag. Ik bekijk mijn omgeving, de dansende mensen en een hemel vol Elstars, zonder enige echte verwondering. En waarom zou ik? Het is een doodnormale dag.


Mijn tanden doorklieven het vruchtvlees van een appel die ik zojuist opgevangen heb, en de sappen vullen mijn mond. Ik geniet van de regen om mijn eigen manier, happend en slikkend. Van de schil tot het huis, ik eet het vlees en drink het vocht.


En is dit vreemd? Ik weet het niet.


Appelvloeden en musicaldansers. Geen persoon die het met me eens is als ik dit een ‘doodnormale dag’ noem. Het is pure fictie. Appels vallen niet uit de lucht, en welke dansgroep zal nou zomaar op straat theatraal gaan doen?


Maar toch zie ik het.


Mijn visie, ideaal of droom… Dat is mijn realiteit. Dit hoeft niet voor iedereen hetzelfde te zijn. Als ik de wereld zou zien als een stortregen van appels, dan zou dat de waarheid zijn. Mijn waarheid. Het hoeft geen feit te zijn, of een opinie van velen. Gewoon de mening mijn geestenoog.


Het is een stortvloed van realiteit, de waarheid voor mijn eigen ik.


Alles bestaat uit meningen.


En mijn mening is dat het appels zou moeten regenen.

Liked posts on Tumblr: More liked posts »